Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for 12 juli 2009

Het gebeurde in 1966 op de kinderafdeling van het Algemeen Ziekenhuis te Winterswijk dat ik  Ik Jan Cremer 1 en 2 voor het eerst las, in een ziekenhuisbed. En het was in dat ,zelfde bed waar ik ook kennis maakte met Liefde, een dagboek van Simon Vinkenoog. Het was liefde op het eerste gezicht dat ik kreeg met deze schrijver.

Ik had daar alle tijd om te kunnen lezen. Als 16 jarige jongen was ik blij om op die kinderafdeling te liggen. Het bespaarde me een hoop gezwets met de volwassen Achterhoekers die alleen maar zielig lagen te doen onder die witte lakens en dekens. Net een paar maanden verlost van een internaat en niet welkom thuis bij m,n ouders woonde ik bij een oom en tante in een buurtschap nabij Winterswijk, op een piepklein Saksisch boerderijtje, net bezig met het ontdekken van een andere wereld. Een wereld vol vrijheid. Verlost van de deprimerende sfeer van het ouderlijk huis en dat Roomse Internaat waar paters uitmaakten wat je mocht lezen.

Het was zo,n volkswagen, een kever, die zijn bumper tegen mijn linker scheenbeen aanzette en mij zo de mogelijkheid ontnam om de overkant van de straat te halen. Het richtte een behoorlijke schade aan dat scheen-  en kuitbeen.Gips bleek lang niet voldoende om het te helen dus moest er ook nog gesneden worden om de botten met een metalen plaat aan elkaar te zetten. Het was goed, het verschafte mij die rust die ik eigenlijk nodig had om 3 1/2 jaar internaat te verwerken.

Jan Cremer,s wereld was een spannende die echter ophield toen ik de twee delen uit had. Simon Vinkenoog had een totaal andere uitwerking op mij. Hij had mij voor altijd in z,n greep.  In de eerste zin van Liefde beloofde hij dat al: Een week geleden nam ik ( nu vanillevla, chocoladevla, limonadesiroop. rozijnen, zoet, mierzoet, goed) afscheid van jullie. Hier vind ik je terug. Een voor een. Of allen tegelijk. Ik heb je,  lezer, van nu af aan.

Ik zal het alweer lezen, ik kan er niets aan doen.

Advertentie

Read Full Post »