Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for 19 januari 2010

Bleu en andere kleuren

Het was op een zondag avond in het begin van 1970  dat ik met mijn drie jaar jongere zusje lijn 1 vanaf het Dijkgraafplein in Osdorp naar de Elandsgracht pakte en vervolgens lijn 10 naar de Roeterstraat. In een bioscoop in die straat, Kriterion, draaide er een film die gemaakt is door Barbet Schroeder en de veelbelovende titel had van het gelijknamige album van Pink Floyd, More. Ze had pas haar baan als verkoopster bij Hirsch aan het Leidseplein verruild voor baantjes die meer vrijheid boden dan Hirsch dat deed. Uitzendburo,s  waren voor ons in die tijd heel aantrekkelijk. Het was ook op die avond dat we weer terug gingen met de tram naar huis. Moeizaam welliswaar omdat de bovenleidingen voor de stroomvoorziening van de trams op dat late uur versierd werden met een laag ijssel.  Al knetterend kwamen we gelukkig toch vooruit. Zoals gebruikelijk spraken we tijdens die terugrit over de film die we zo juist gezien hadden. Het bleek een eerste kennismaking geweest te zijn met de wereld van de psychedelische middeltjes voor m,n zus. Ze wilde weten hoe ik mijn joints maakte. Thuis heb ik dat, net zo duidelijk als dat een leerkracht zou doen, vol overuiging gedaan. Hasj hoorde uiteindelijk bij het leven in die jaren van peace en flowers.

Iedere vrijdag aan het eind van onze werkdagen zagen we elkaar bij Studia, een uitzendburo aan het Weteringsplantsoen om onze centen op te halen tegen inlevering van onze werkbriefjes. En het waren, na het zien van die film, de laatste weken dat ik wit van het meel dat in m,n haren zat omdat ik op het Prinseneiland bij een klein bedrijfje werkte dat de meelzakken van bedrijven zoals Meneba schoon klopte bij Studia m,n geld kwam innen en daar mijn zus zou zien. En de laatste weken van mijn zus die bruin van de cacau van een chocoladefabriek in Bussem ook haar geld kwam innen. En zomaar op een vrijdag was ze er niet. En de dames van het uitzendburo snapten daar, net als ik , niets van. Toen ik later die avond thuis kwam trof ik een verontruste vader en moeder aan. Waar is ze, ze is nog lang niet thuis.

Ze kwam ook niet meer thuis. Ze had haar plekje gevonden in een kraakpand aan de Korte Keizers Dwarsstraat, een straat die verdwenen is uit  de tot de dood veroordeelde Nieuwmarktbuurt, ter dood veroordeeld omdat men er zo nodig een trambaan onder de grond wilde stoppen. Ik was de enige die haar sinds dien heel regelmatig bezocht. M,n ouders deden dat niet, net zo min als m,n andere zussen en broertjes. Wel kwam ze , voor haar doen regelmatig, wel op sommige vrijdag-avonden thuis met haar vrienden zoals Leo van der Zalm en z,n broer om te douchen.

Ook ik verdween uit een leven zoals dat gebruikelijk was en ook ik woonde op het laatst op de boot van Leo van der Zalm schuin tegenover de Montelbaanstoren aan de Oude Schans. En ook ik was minstens vijf dagen en nachten op, met behulp van perventine. Totdat ik op een gegeven moment mezelf de vraag stelde wat ik nu eigenlijk met m,n leven wilde doen. Of ik zo door wou gaan of dat ik voor het leven zou kiezen. Ik begreep dat het junkenbestaan niet zoveel kansen biedt op een lang leven.

Ik heb op de momenten dat m,n zus echt even clean moest worden om het leven te kunnen behouden haar mijn psych uitgeleend. Een wat oudere begripvolle psychiater die a la minuut een spoedopname voor haar kon regelen in een inrichting ergens in de duinen in de buurt van onze hoofdstad. Heel moeizaam maar beetje bij beetje is mijn zus in staat geworden om ook haar leven als junk vaarwel te zeggen. En verruilde zij de speed voor parachutte springen en andere vrienden. En verruilde zij die kleine gevaarlijke junkenwereld voor de rust die zij in het Duitse Werther bij Bieleveld op een boerderij bij een vriend vond. En heeft ze nog zo,n twintig jaren geleefd, niet altijd met dezelfde vrienden en niet altijd in dezelfde landen. Haar rijbewijzen voor motor en auto bewezen dat, ze had van ieder drie exemplaren, een Nederlandse, Duitse en Israelische.

Gisteren was het de dag waarop ik enige jaren geleden het bericht kreeg dat m,n zus haar leven verruilde voor het eeuwige. En deze keer grijpt het me meer aan dan de vorige keren. Misschien wel omdat er twee weblogsters zijn die ook van plan waren hun leven te verruilen voor dat andere. En daar niet in slaagden.

Ik blijf van tijd tot tijd worstelen met een zeker schuldgevoel. Het was ik die haar leerde hoe je een joint moest draaien en het was ik die haar in haar laatste maanden in èèn van onze diepste gesprekken de manier vertelde hoe je het beste een einde aan je leven kan maken. Vragen als “heb ik er goed aan gedaan”  en “anders zou ze het ook hebben gedaan”  schieten als ijsschotsen door mijn hoofd. Ik weet dat ik er nooit een bevredigend antwoord op zal krijgen.

Wel weet ik dat ik ontzettend pissig kan worden op artsen ( medisch of psychisch) die het verdommen om junken, zwaar zieke mensen en meer die ruimte te bieden die ze nodig hebben om zelf de motivatie te krijgen om of door te gaan met hun leven  of om te stoppen. Om mensen die voor zichzelf  gemotiveerd te kennen geven dat hun leven zo ondragelijk is geworden en de wens hebben dat leven niet te kunnen continueren niet bij te staan. Want dat is geen hulpverlening maar terreur.

Speciaal voor m,n zus laat ik hier een nummer horen van Robbert Allan Zimmerman ofwel Shabtai Zisel Ben Avraham die we ,  mijn zus die zich Bleu noemde en ik, samen heel vaak draaiden in de stuurhut van de boot van Leo op de Oude Schans. In een nieuwere versie onder z,n artiestennaam Bob Dylan. En hervat ik het webloggen weer.

Advertentie

Read Full Post »